IJsselmeer en Markermeer bij Medemblik, Enkhuizen en Hoorn onder druk door klimaatverandering
MEDEMBLIK/ENKHUIZEN/HOORN – De gevolgen van klimaatverandering kunnen de komende decennia steeds zichtbaarder worden langs de West-Friese kust. Het IJsselmeer tussen Medemblik en Enkhuizen en het Markermeer bij Enkhuizen en Hoorn krijgen te maken met grotere verschillen tussen droogte en extreme neerslag. Dat kan gevolgen hebben voor waterstanden, havens, recreatie, landbouw, natuur en de manier waarop overtollig water wordt afgevoerd.
Deltacommissaris Co Verdaas waarschuwt dat Nederland zijn waterbeheer ingrijpend moet aanpassen. Technische maatregelen alleen zijn volgens de nieuwe koers niet voldoende. Ook het gebruik en de inrichting van gebieden rond het water zullen moeten veranderen.
Voor West-Friesland is daarbij vooral de toekomst van het IJsselmeergebied van belang. Het IJsselmeer en Markermeer vormen samen een cruciale zoetwatervoorraad en spelen tegelijkertijd een belangrijke rol bij de opvang en afvoer van overtollig water. Het Deltaprogramma noemt het IJsselmeergebied daarom een spil van de Nederlandse waterhuishouding.
IJsselmeer wordt steeds belangrijker als zoetwaterbuffer
Tijdens langdurige droge perioden wordt het IJsselmeer gebruikt als grote voorraad zoetwater. Dat water is nodig voor onder meer drinkwater, landbouw, natuur en het doorspoelen van polders om verzilting tegen te gaan.
Het probleem is dat tijdens droogte ook minder water via de IJssel naar het IJsselmeer stroomt. Ongeveer 70 procent van het water dat het IJsselmeer binnenkomt is afkomstig van de IJssel. Bij langdurig lage rivierafvoeren staat de beschikbare voorraad daardoor steeds meer onder druk.
De droge zomer van 2026 liet dit opnieuw zien. Eind juli meldde Rijkswaterstaat dat de waterstanden van zowel het IJsselmeer als het Markermeer licht daalden doordat water nodig was om onder meer verzilting tegen te gaan. Op dat moment was nog voldoende water beschikbaar, maar nam de druk op de zoetwatervoorraad verder toe.
Voor het gebied tussen Medemblik en Enkhuizen betekent dit dat het IJsselmeer in droge zomers een steeds belangrijkere functie krijgt als waterbuffer voor een veel groter gebied dan alleen de directe kuststrook.
Waterpeil kan gevolgen hebben voor havens
Een van de mogelijkheden is om het peilbeheer van het IJsselmeer verder aan te passen. De deltacommissaris adviseert volgens de herijking om meer ruimte te creëren om zoetwater vast te houden.
Sinds 2018 gebruikt Rijkswaterstaat al flexibel zomerpeilbeheer in het IJsselmeer en Markermeer. Daarbij kan de waterstand in de zomer variëren tussen 10 en 30 centimeter onder NAP. Dat systeem levert maximaal ongeveer 400 miljoen kubieke meter extra zoetwaterbuffer op.
Op langere termijn wordt zelfs rekening gehouden met een vergroting van de beschikbare zomerbandbreedte van 20 naar maximaal 50 centimeter. Dat is nog geen vastgesteld nieuw peil, maar een optie binnen de langetermijnstrategie voor het IJsselmeergebied.
Voor watersportplaatsen als Medemblik, Enkhuizen en Hoorn kan een grotere variatie in waterstanden praktische gevolgen krijgen. Steigers, havenvoorzieningen en toegangen tot jachthavens moeten geschikt blijven voor verschillende waterstanden. Ook vaardieptes kunnen bij lage standen belangrijker worden.
Markermeer bij Hoorn onderdeel van dezelfde watermachine
Ook voor Hoorn en het Markermeer zijn de ontwikkelingen van belang. Hoewel IJsselmeer en Markermeer door de Houtribdijk van elkaar zijn gescheiden, functioneren beide meren als onderdelen van één groter watersysteem.
Overtollig water uit het Markermeer wordt via de spuisluizen in de Houtribdijk naar het IJsselmeer geleid. Vanuit het IJsselmeer wordt het vervolgens via de Afsluitdijk naar de Waddenzee afgevoerd.
Dat maakt de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad een belangrijke schakel. De dijk voldoet sinds 2020 aan de nieuwe waterveiligheidsnormen. Tegelijkertijd wordt onderzocht hoe tijdens extreem droge perioden voldoende zoetwater naar het Markermeer kan blijven stromen.
Voor Hoorn betekent dit dat ontwikkelingen op het IJsselmeer uiteindelijk ook relevant kunnen zijn voor het Markermeer.
Te veel én te weinig water
De opgave lijkt tegenstrijdig. In de zomer moet zoveel mogelijk zoetwater beschikbaar blijven, terwijl in natte perioden juist voldoende ruimte nodig is om grote hoeveelheden water op te vangen.
Dat probleem wordt groter naarmate de zeespiegel stijgt. Wanneer het water in de Waddenzee hoger staat, kan IJsselmeerwater minder gemakkelijk via natuurlijk verval worden afgevoerd. Nieuwe pompen bij de Afsluitdijk moeten daarom helpen om water naar zee te krijgen wanneer spuien niet mogelijk is.
Dat is ook voor West-Friesland van belang. Een stijgend peil of langdurig hoge waterstanden kunnen de belasting op waterkeringen en buitendijkse gebieden vergroten. Tijdens de hoogwaterperiode van 2023-2024 bereikten het IJsselmeer en Markermeer al recordhoge waterstanden, mede doordat wind de afvoer naar zee bemoeilijkte.
West-Friesland krijgt ook met verzilting te maken
Aan de andere kant staat de droogte. In droge perioden moet water uit het IJsselmeergebied beschikbaar blijven voor polders, landbouw en natuur.
Dat raakt Noord-Holland nadrukkelijk. De deltacommissaris noemt de Noord-Hollandse kust als een van de kwetsbare gebieden waar uiteindelijk ook aanpassing van het landgebruik noodzakelijk kan worden.
Wanneer minder zoetwater beschikbaar is, wordt het moeilijker om zout water uit sloten, kanalen en landbouwgebieden weg te spoelen. Daardoor kan verzilting een groter probleem worden voor landbouwgronden en natuur.
Het uitgangspunt dat altijd en overal voldoende zoetwater geleverd kan worden, staat daardoor steeds meer onder druk.
Hoorn, Enkhuizen en Medemblik voor lange termijnkeuzes
Voor gemeenten rond het Markermeer en IJsselmeer gaat klimaatadaptatie daarmee verder dan alleen hogere dijken. De inrichting van havens, buitendijkse gebieden, recreatieterreinen, natuur en regionale watersystemen zal rekening moeten houden met grotere fluctuaties.
Ook nieuwe woningbouw en infrastructuur langs het water krijgen hierdoor te maken met vraagstukken die tientallen jaren vooruitkijken.
Het Deltaprogramma houdt voorlopig vast aan het gemiddelde winterpeil van het IJsselmeer en Markermeer, maar onderzoekt voor de periode na 2050 verschillende mogelijkheden. Daarbij wordt zowel gekeken naar hogere waterstanden als naar een grotere flexibiliteit in de zomer.
Voor West-Friesland betekent die ontwikkeling dat het water dat de regio eeuwenlang economische kansen, landbouwgrond en recreatie heeft gebracht tegelijkertijd een steeds belangrijker onderdeel wordt van de klimaatopgave.
De keuzes die voor het IJsselmeer en Markermeer worden gemaakt, zullen daardoor rechtstreeks voelbaar kunnen worden aan de kades van Medemblik, Enkhuizen en Hoorn.
Deel dit artikel:











