WEST-FRIESLAND – De gewichtsbeperking voor zwaar vrachtverkeer op de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad zorgt naar verwachting voor aanzienlijk meer vrachtwagens op de A7. Ter hoogte van Hoorn rekent het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op een stijging van ongeveer 5 tot 6 procent. Dagelijks worden naar schatting ongeveer 1.000 zware voertuigen getroffen door de beperking.
Dat blijkt uit antwoorden van minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat op vragen uit de Tweede Kamer. De minister erkent dat de maatregel leidt tot extra reistijd en een verminderde bereikbaarheid van Noord-Holland en Flevoland. Volgens hem is de beperking echter noodzakelijk om de constructieve veiligheid van de bruggen te kunnen waarborgen.
Circa 250 extra vrachtwagens op A7
Het ministerie verwacht dat dagelijks per rijrichting ongeveer 500 vrachtwagens zwaarder dan 15 ton een andere route moeten kiezen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat ongeveer de helft via Amsterdam rijdt en de andere helft via de Afsluitdijk.
Dat betekent dat zowel de A6 als de A7 naar schatting circa 250 extra vrachtwagens per rijrichting per weekdag krijgen. Op de A6 tussen Lelystad en Almere komt dat neer op een stijging van ongeveer 6 procent.
Ook op de A7 is de extra verkeersdruk merkbaar. Ter hoogte van Hoorn reden in 2025 dagelijks ongeveer 4.100 vrachtwagens in noordelijke richting en circa 4.700 in zuidelijke richting. Een toename met ongeveer 250 vrachtwagens betekent volgens het ministerie een stijging van respectievelijk ongeveer 6 en 5 procent.
Onderhoud nog niet uitgevoerd
Uit de antwoorden blijkt ook dat tijdens inspecties in 2019 al was vastgesteld dat de betonnen aanbruggen van de Houtribbruggen in matige staat verkeerden. Voor de beweegbare stalen brugdelen, waarin later scheuren werden ontdekt, werd destijds nog geconcludeerd dat er geen risico bestond.
Onderzoek naar de gevolgen van zwaarder verkeer voor de betonnen aanbruggen vond gedeeltelijk al in 2015 plaats en werd in 2020 aangevuld. Daaruit kwam naar voren dat zwaar verkeer geen probleem hoefde te vormen, mits de betonconstructie en voegovergangen tijdig werden onderhouden.
Dat onderhoud werd wel opgenomen in de planning, maar is volgens de minister nog niet uitgevoerd vanwege een tekort aan financiële middelen en personele capaciteit.
Risico op scheuren sinds 2024 bekend
Het risico op scheurvorming in de stalen brugdelen werd volgens het ministerie voor het eerst in 2024 bekend. Daarna zijn aanvullende inspecties uitgevoerd, werd een beperking bij harde wind ingesteld en vond spoedherstel plaats. Het vervangen van de stalen brugdelen is inmiddels opgenomen in de vernieuwingsplanning.
De gewichtsbeperking is bedoeld om de belasting op de constructie te verminderen. Daardoor kan de verbinding tussen Enkhuizen en Lelystad voor het overige verkeer beschikbaar blijven.
Bereikbaarheidsplan wordt onderzocht
Rijkswaterstaat overlegt met bedrijven, bestuurders en belangenorganisaties over de gevolgen van de maatregel. Op basis van die gesprekken wordt bekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn en of een speciaal bereikbaarheidsplan moet worden opgesteld.
Wanneer wordt gekozen voor een bereikbaarheidsplan en een netwerkbrede analyse, worden daarin volgens de minister ook de gevolgen voor de A6, A7 en het onderliggende wegennet meegenomen.
Rijkswaterstaat wil daarbij gebruikmaken van ervaringen die zijn opgedaan tijdens de renovatie van de A7-brug bij Purmerend. Bij dergelijke werkzaamheden worden medeoverheden, ondernemers en andere betrokken partijen vroegtijdig bij de bereikbaarheidsaanpak betrokken.
Extra geld voor onderhoud infrastructuur
De problemen met de Houtribbruggen passen volgens het kabinet in een veel grotere landelijke onderhoudsopgave. De Nederlandse infrastructuur veroudert en verslechtert, terwijl niet alle werkzaamheden tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd.
Met Prinsjesdag maakte het kabinet bekend boven op eerder beschikbaar gestelde middelen nog eens 1,5 miljard euro extra uit te trekken voor het onderhoud en de instandhouding van infrastructuur. Ook daarmee kunnen volgens de minister niet alle problemen op korte termijn worden opgelost.
Er zullen daarom keuzes moeten worden gemaakt tussen onderhoud, vernieuwing, exploitatie en nieuwe infrastructuur. Veiligheid en het in stand houden van bestaande wegen en kunstwerken krijgen daarbij prioriteit.
Deel dit artikel:











