MEDEMBLIK – De gemeente Medemblik heeft inmiddels 50 aanvragen voor een omgevingsvergunning voor pioenteelt ontvangen. Daarmee lijkt de belangstelling voor het kweken van pioenrozen in West-Friesland onverminderd groot. De bloemen zijn populair vanwege hun grote, kleurrijke bloemknoppen en worden veel gebruikt in luxe boeketten en bij bruiloften. Maar achter de populariteit schuilt ook een minder rooskleurige kant. Net als bij de lelieteelt kunnen bij de commerciële pioenteelt aanzienlijke hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet. Dat roept vragen op over de gevolgen voor het milieu, de natuur en de gezondheid van omwonenden.
De gemeente heeft nog geen besluiten genomen over het verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunningen. Daarmee is voorlopig onzeker op welke locaties de teelt daadwerkelijk mag plaatsvinden.
Aanvragen verspreid over de hele gemeente
De aanvragen hebben betrekking op agrarische percelen verspreid over de gemeente. Onder meer in Andijk, Wervershoof, Wognum, Nibbixwoud, Benningbroek, Abbekerk en Oostwoud bestaat belangstelling voor de teelt.
Nog op vrijdag 16 oktober publiceerde de gemeente nieuwe aanvragen voor pioenteelt, waaronder locaties aan de Veilingweg en Vleetweg in Andijk, de Molenweg en Grutteweide in Wervershoof en de Spijkerboor in Oostwoud.
Voor verschillende locaties vragen ondernemers toestemming om af te wijken van de regels in het gemeentelijke omgevingsplan. Het indienen van een aanvraag betekent niet automatisch dat een vergunning wordt verleend.
Hoeveel hectare landbouwgrond uiteindelijk voor nieuwe pioenteelt in gebruik zou worden genomen, is nog niet duidelijk.
Pioenrozen steeds populairder bij consumenten
De pioenroos behoort tot de populaire seizoensbloemen in Nederland. Vooral in het voorjaar en de vroege zomer is de vraag groot. Door hun volle bloemen, opvallende kleuren en romantische uitstraling worden pioenrozen veel gebruikt in bruidsboeketten, bloemstukken en luxe boeketten.
De teelt biedt agrarische ondernemers economische mogelijkheden. Pioenrozen kunnen een aantrekkelijke aanvulling vormen op bestaande teelten, waaronder de tulpenbroeierij.
Volgens onderzoek van Rabobank groeide het Nederlandse areaal pioenrozen in de open lucht van 939 hectare in 2018 naar ongeveer 1.264 hectare in 2024. Noord-Holland neemt daarvan met ongeveer 780 hectare het grootste deel voor zijn rekening.
Via bloemenveiling Royal FloraHolland worden jaarlijks ongeveer 100 miljoen pioenrozen verkocht. De sector vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de Nederlandse sierteelt.
Meerjarige planten bieden economische voordelen
Een belangrijk voordeel voor telers is dat pioenrozen meerjarige planten zijn. Anders dan bij verschillende eenjarige gewassen hoeven ze niet ieder seizoen opnieuw te worden geplant.
Een eenmaal aangelegd perceel kan meerdere jaren bloemen produceren. Daardoor kunnen investeringen in plantmateriaal en de aanleg van een perceel over verschillende oogstjaren worden verdeeld.
Ook biedt de teelt mogelijkheden voor gespecialiseerde bedrijven die zich richten op zowel snijbloemen als de vermeerdering van planten.
De meerjarige teelt kent echter ook nadelen. De aanleg vraagt investeringen, de planten hebben tijd nodig om volledig productief te worden en ziekten kunnen langdurige gevolgen hebben voor een perceel.
Keerzijde: bestrijdingsmiddelen tegen schimmels en onkruid
Een belangrijk discussiepunt is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Bij de commerciële teelt van pioenrozen kunnen middelen worden ingezet tegen schimmelziekten, insecten en onkruid.
Vooral schimmels vormen een probleem. Botrytis, een schimmel die onder meer stengels, bladeren en bloemknoppen kan aantasten, kan aanzienlijke economische schade veroorzaken.
Landbouwcoöperatie Agrifirm-GMN beschreef eerder uitgebreid onderzoek naar de inzet van onkruidbestrijdingsmiddelen en middelen tegen Botrytis in pioenrozen. Daarbij werden ook alternatieven onderzocht, waaronder biologische preparaten en middelen die de weerbaarheid van planten vergroten.
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is daarmee een belangrijk aandachtspunt binnen de sector.
Hoeveel chemische middelen daadwerkelijk worden gebruikt, verschilt per teler, seizoen, weersomstandigheden en toegepaste teeltmethode. Er zijn geen openbare, representatieve cijfers gevonden waarmee het gemiddelde middelengebruik per hectare pioenrozen rechtstreeks kan worden vergeleken met dat van lelies.
Vergelijking met de omstreden lelieteelt
De discussie over pioenteelt vertoont overeenkomsten met de maatschappelijke onrust rond de lelieteelt. Ook bij lelies worden gewasbeschermingsmiddelen ingezet om ziekten en plagen tegen te gaan.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek werd in 2024 bij de lelieteelt gemiddeld 46,5 kilogram gewasbeschermingsmiddelen per behandelde hectare gebruikt. In 2020 was dat nog 113,7 kilogram. Het gebruik is dus sterk verminderd, maar blijft relatief hoog ten opzichte van verschillende andere gewassen.
Deze cijfers hebben betrekking op lelies en mogen niet zonder meer worden toegepast op pioenrozen.
Wel geldt voor beide teelten dat bestrijdingsmiddelen door verwaaiing, verdamping of afspoeling buiten het behandelde perceel terecht kunnen komen. Dat kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater en voor organismen die niet het doelwit van de bestrijding zijn.
Vooral bij percelen in de directe omgeving van woningen en tuinen speelt de vraag hoe blootstelling zoveel mogelijk kan worden voorkomen.
RIVM vindt bestrijdingsmiddelen bij omwonenden
Onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) toont aan dat gewasbeschermingsmiddelen zich vanaf landbouwpercelen naar de omgeving kunnen verspreiden.
Bij onderzoek rondom bloembollenvelden werden resten aangetroffen in de buitenlucht, in huisstof en op deurmatten. Ook in de urine van volwassenen en kinderen werden bestrijdingsmiddelen gevonden.
De gemeten concentraties van de onderzochte stoffen bleven onder de gebruikte risicogrenzen. Toch benadrukte het RIVM dat aanvullend onderzoek nodig is, onder meer naar de gecombineerde blootstelling aan verschillende bestrijdingsmiddelen.
Ook bestaat wetenschappelijke aandacht voor een mogelijk verband tussen langdurige blootstelling aan bepaalde bestrijdingsmiddelen en neurologische aandoeningen, waaronder de ziekte van Parkinson.
Het RIVM wijst erop dat in buitenlands onderzoek verbanden zijn gevonden tussen beroepsmatige blootstelling aan bepaalde pesticiden en Parkinson. Of omwonenden van landbouwpercelen daardoor eveneens een verhoogd risico lopen, is nog onvoldoende duidelijk.
De onderzoeksresultaten betekenen niet dat pioenteelt op zichzelf Parkinson veroorzaakt. Wel onderstrepen ze het belang van zorgvuldig onderzoek naar mogelijke gezondheidsrisico’s.
NVWA constateerde overtredingen in de buitensierteelt
Ook het toezicht op het gebruik van bestrijdingsmiddelen geeft aanleiding om kritisch naar de sierteelt te kijken.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit controleerde in 2022 in totaal 134 bedrijven in de buitensierteelt. Bij 63 bedrijven werden overtredingen vastgesteld. De naleving van de onderzochte wet- en regelgeving kwam daarmee uit op 61 procent.
Het ging onder meer om onjuist gebruik van middelen, gebrekkige registraties en het niet naleven van voorschriften om verwaaiing te beperken.
Deze cijfers hebben betrekking op de buitensierteelt als geheel en zeggen niets over de naleving door individuele pioentelers in Medemblik.
Medemblik hanteert 50 meter als uitgangspunt
De gemeente Medemblik heeft op 24 augustus 2026 een vernieuwde handreiking voor spuitzonering gepubliceerd.
Daarin blijft een afstand van 50 meter tussen agrarische percelen en gevoelige functies, zoals woningen, scholen en zorgvoorzieningen, het uitgangspunt bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen.
Wanneer die afstand niet haalbaar is, kan onder voorwaarden maatwerk worden toegepast. Daarvoor moet worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
De handreiking is geen wettelijke norm en betekent niet dat automatisch voor iedere nieuwe pioenteeltlocatie een verplichte spuitvrije zone van 50 meter geldt. Per aanvraag moet worden gekeken naar de geldende regels en de specifieke omstandigheden.
De afstand tussen nieuwe pioenpercelen en bestaande woningen kan daardoor een belangrijk aandachtspunt worden bij de beoordeling van de vergunningaanvragen.
Ook mogelijkheden voor duurzamere teelt
De sector onderzoekt ondertussen manieren om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen terug te dringen.
Mogelijkheden zijn onder meer het gebruik van weerbaardere planten, gerichte bestrijding, mechanische onkruidverwijdering en biologische middelen.
Ook kunnen technieken die spuitnevel beperken helpen om verspreiding naar de omgeving te verminderen.
Dergelijke maatregelen kunnen de milieubelasting beperken, maar maken een teelt niet automatisch volledig vrij van risico’s. Bovendien zijn de mogelijkheden afhankelijk van de ziektegevoeligheid van de planten en de omstandigheden op het bedrijf.
Gemeente moet nog besluiten nemen
Met 50 aanvragen staat de gemeente Medemblik voor een omvangrijke vergunningsprocedure. Daarbij spelen verschillende belangen een rol.
Voor agrarische ondernemers biedt de pioenteelt economische kansen en mogelijkheden om hun bedrijfsvoering uit te breiden. Voor omwonenden kunnen juist vragen ontstaan over de afstand tot woningen, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de mogelijke gevolgen voor hun leefomgeving.
De gemeente moet beoordelen of de aangevraagde activiteiten passen binnen de geldende regelgeving en of afwijkingen van het omgevingsplan verantwoord zijn.
Bij de reguliere vergunningprocedure geldt doorgaans een beslistermijn van acht weken, die onder voorwaarden kan worden verlengd of opgeschort.
Tegen de indiening van een aanvraag zelf kan nog geen bezwaar worden gemaakt. Wanneer de gemeente een besluit publiceert, kunnen belanghebbenden gebruikmaken van de rechtsmiddelen die bij dat besluit openstaan.
Voorlopig heeft de gemeente nog geen besluiten genomen over het verlenen van de aangevraagde vergunningen.
De komende besluitvorming zal duidelijk moeten maken hoe Medemblik de economische belangen van de groeiende pioenteelt afweegt tegen de bescherming van de gezondheid, natuur en leefomgeving.


















