MEDEMBLIK – Netbeheerders zoals Liander staan voor een enorme opgave om het overvolle elektriciteitsnet uit te breiden. Nieuwe verdeel- en transformatorstations zijn daarvoor noodzakelijk, maar juist de aanleg van deze stations kan door ruimtelijke procedures, bezwaren en beroepszaken jarenlang vertraging oplopen. Daardoor duurt het langer voordat extra capaciteit beschikbaar komt voor woningen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen.
Nederland kampt op steeds meer plaatsen met netcongestie. Op piekmomenten wordt meer elektriciteit gevraagd of teruggeleverd dan het bestaande netwerk kan verwerken. Liander meldt dat uitbreiding van een bestaand verdeelstation al enkele jaren in beslag kan nemen. Wanneer een volledig nieuw station nodig is, duurt dat doorgaans nog langer.
Geschikte locatie vinden is eerste obstakel
Nog voordat een vergunning kan worden aangevraagd, moet een geschikte locatie worden gevonden. Dat blijkt in de praktijk steeds moeilijker. Elektriciteitsstations vragen relatief veel ruimte en moeten bovendien technisch op een geschikte plek in het netwerk liggen.
Volgens Liander kost ook de besluitvorming over locaties en vergunningen veel tijd. In Holland Rijnland werkt de netbeheerder bijvoorbeeld aan tientallen nieuwe of uit te breiden stations. In Noordwijk schoof de verwachte beschikbaarheid van extra netcapaciteit volgens Liander met enkele jaren op nadat een voorkeurslocatie voor een station niet doorging.
Daarna volgen onder meer ruimtelijke procedures, onderzoeken naar geluid en natuur, afspraken over grond en uiteindelijk de vergunningverlening. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen daarbij gebruikmaken van hun wettelijke mogelijkheden om bezwaar of beroep aan te tekenen.
Procedure kan jarenlang doorgaan
Wanneer een besluit wordt aangevochten, kan een zaak via verschillende juridische stappen uiteindelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State belanden. Daardoor kan tussen de eerste vergunningprocedure en een definitief juridisch oordeel een periode van meerdere jaren liggen.
Een zaak uit Zevenhoven laat zien hoe lang een juridisch traject rond een transformatorstation kan duren. Liander diende daar op 29 juni 2020 een vergunningaanvraag in. Uiteindelijk deed de Raad van State op 11 maart 2026 uitspraak over het geschil, bijna zes jaar later. In deze specifieke zaak was Liander zelf degene die de vergunningplicht aanvocht, maar de uitspraak illustreert hoe lang procedures rond elektriciteitsinfrastructuur kunnen doorlopen.
Ook bezwaren van omwonenden kunnen tot procedures leiden. Bij de aanleg van een 150/20 kV-transformatorstation in ’t Veld gingen inwoners en een lokale werkgroep bijvoorbeeld naar de rechter en vervolgens in hoger beroep naar de Raad van State. Daarbij werden onder meer de locatie en de ruimtelijke gevolgen van het station aangevochten.
Netcongestie blijft ondertussen bestaan
Het probleem voor netbeheerders is dat de extra capaciteit vaak pas beschikbaar komt nadat een station daadwerkelijk is gebouwd en in gebruik is genomen. Iedere vertraging aan het begin van het traject kan daardoor gevolgen hebben voor bedrijven, woningbouwprojecten en andere gebruikers die wachten op een aansluiting of uitbreiding van hun stroomcapaciteit.
Liander meldde in september opnieuw knelpunten op verschillende delen van het elektriciteitsnet. Waar de maximale capaciteit is bereikt, onderzoekt de netbeheerder of congestiemanagement tijdelijk ruimte kan bieden. Dat neemt de noodzaak om het netwerk fysiek uit te breiden echter niet weg.
De overheid erkent inmiddels dat de totale doorlooptijd van elektriciteitsprojecten zeer lang kan zijn. In de toelichting op nieuwe regelgeving staat dat projecten voor uitbreiding van het elektriciteitsnet in sommige gevallen een doorlooptijd van tot tien jaar hebben.
Vanaf 1 oktober snellere beroepsprocedure
Om een deel van die vertraging te verminderen, gelden vanaf 1 oktober 2026 nieuwe regels voor bepaalde elektriciteitsprojecten. Voor projecten met een spanningsniveau van 21 kilovolt of hoger kan beroep voortaan rechtstreeks bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden behandeld. De tussenstap via de rechtbank vervalt.
De Raad van State moet bij deze aangewezen projecten bovendien binnen zes maanden uitspraak doen. Ook een zogenoemd pro-formaberoep, waarbij later aanvullende argumenten kunnen worden ingediend, is voor deze procedures uitgesloten. De regering verwachtte eerder dat daarmee tot ongeveer anderhalf jaar proceduretijd kan worden bespaard.
De versnelde regeling geldt echter niet automatisch voor ieder elektriciteitshuisje of verdeelstation. Alleen aangewezen projecten voor elektriciteitsnetten met een spanningsniveau van 21 kV of hoger vallen eronder. Projecten op lagere spanningsniveaus kunnen daardoor nog steeds met de reguliere procedures te maken krijgen.
Spanningsveld tussen snelheid en rechtsbescherming
Daarmee blijft een spanningsveld bestaan. Netbeheerders moeten het elektriciteitsnet in hoog tempo uitbreiden om woningbouw, verduurzaming en economische ontwikkeling mogelijk te maken. Omwonenden en andere belanghebbenden hebben tegelijkertijd het recht om besluiten over grote installaties in hun leefomgeving juridisch te laten toetsen.
De nieuwe regels moeten vooral voorkomen dat beroepsprocedures onnodig lang duren. Ze nemen bezwaren tegen locaties, geluid, landschappelijke inpassing of andere ruimtelijke gevolgen niet weg. Voor Liander en andere netbeheerders blijft daarom niet alleen de technische bouw van nieuwe stations een uitdaging, maar ook het vinden van locaties en het tijdig doorlopen van de volledige ruimtelijke procedure. Deel dit artikel:












