Strooivoertuig van de gemeente Medemblik bestrijdt sneeuw en gladheid op een gemeentelijke weg tijdens winterse omstandigheden.
MEDEMBLIK – De gemeente Medemblik gaat de gladheidsbestrijding de komende twee winters uitvoeren volgens een vernieuwd strooiplan. Het college van burgemeester en wethouders heeft daarvoor het Gladheidsbestrijdingsplan 2026-2028 vastgesteld. Een belangrijk uitgangspunt is dat minimaal 99 procent van alle adreslocaties binnen 250 meter van een gestrooide weg moet liggen. Hoofdwegen, belangrijke fietsroutes en wegen naar scholen, zorginstellingen en hulpdiensten krijgen voorrang. Niet iedere woonstraat of stoep wordt gestrooid.**
De gemeente neemt vanaf het winterseizoen 2026-2027 de volledige verantwoordelijkheid voor het bestrijden van gladheid op het gemeentelijke wegennet. Dat heeft te maken met de overname van ruim 200 kilometer wegen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) op 1 januari 2023.
Voor deze wegen werd de afgelopen jaren nog gebruikgemaakt van een bestaande overeenkomst waarbij Rijkswaterstaat als inkoopcentrale optrad. Die overeenkomst liep na het strooiseizoen 2025-2026 af en kon niet worden verlengd.
Daarom heeft Medemblik de strooiroutes, de inzet van voertuigen en de organisatie opnieuw beoordeeld.
Minimaal 99 procent binnen 250 meter
Het opvallendste onderdeel van het nieuwe beleid is de bereikbaarheidsnorm. De gemeente streeft ernaar dat minimaal 99 procent van de adreslocaties binnen 250 meter van een gestrooide weg ligt.
Dit betekent niet dat iedere straat preventief wordt behandeld. Inwoners moeten in veel gevallen eerst een kort gedeelte over een mogelijk gladde weg afleggen voordat zij een gestrooide route bereiken.
Volgens de gemeente vormt de norm een evenwicht tussen verkeersveiligheid, bereikbaarheid, kosten en uitvoerbaarheid.
Medemblik kiest hiermee voor een kleinere maximale afstand dan sommige andere gemeenten. In het uitvoeringsplan wordt verwezen naar Hoorn, waar wordt gestreefd naar maximaal 400 meter tussen woningen en een strooiroute. De gemeente Kaag en Braassem hanteert volgens het plan een vergelijkbare systematiek met een afstand van 350 meter.
Door de grens op 250 meter te leggen, wil Medemblik de verspreid liggende dorpen, woningen en bedrijven zo goed mogelijk bereikbaar houden.
Hoofdwegen en fietsroutes krijgen voorrang
De strooiroutes worden samengesteld op basis van verkeersveiligheid en maatschappelijk belang.
Gebiedsontsluitingswegen en belangrijke doorgaande wegen vormen de basis van het strooinetwerk. Vervolgens wordt gekeken naar belangrijke fietsroutes, busverbindingen en toegangswegen naar hulpdiensten.
Ook routes naar scholen, zorginstellingen, winkelcentra en andere maatschappelijke voorzieningen krijgen prioriteit.
Woongebieden worden waar mogelijk ontsloten volgens de nieuwe 250-meternorm.
Bij langdurige sneeuwval of extreme gladheid kunnen aanvullende keuzes noodzakelijk zijn. De gemeente kan dan besluiten eerst de belangrijkste verkeersroutes sneeuw- en ijsvrij te maken, waardoor andere locaties later worden behandeld.
Vijf hoofdroutes door de gemeente
Voor de belangrijkste strooiroutes worden vijf vrachtwagens ingezet. Deze voertuigen worden geleverd en bemand door de Vlaar Groep, die met strooiers van de gemeente werkt.
De vijf hoofdroutes zijn verdeeld over verschillende delen van Medemblik.
Route 101 loopt door Wognum, Nibbixwoud, Benningbroek en Sijbekarspel. Route 102 omvat Abbekerk, Twisk, Opperdoes en Medemblik.
De derde hoofdroute loopt via Hauwert, Zwaagdijk-West en Zwaagdijk-Oost.
Route 104 bedient Midwoud, Oostwoud, Onderdijk en Wervershoof. De vijfde hoofdroute is bestemd voor Andijk en de Grootslagpolder.
Naast deze vrachtwagenroutes zijn er zes routes met kleinere strooivoertuigen. Die worden uitgevoerd door de gemeentelijke buitendienst en zijn vooral bedoeld voor wegen en locaties waar grotere voertuigen minder geschikt zijn.
Voor belangrijke fietspaden in Wognum, Nibbixwoud en Midwoud is daarnaast een aparte route met een smalspoorstrooier opgenomen.
In totaal telt het uitvoeringsplan twaalf strooiroutes.
Vier steunpunten voor strooiwagens
De gladheidsbestrijding wordt georganiseerd vanuit vier steunpunten.
De gemeentewerven in Medemblik en Wervershoof beschikken over een eigen zoutopslag en laadvoorzieningen. Daar kunnen voertuigen direct worden voorzien van strooimiddelen.
Ook in Wognum is een gemeentewerf betrokken bij de uitvoering. Omdat deze locatie niet over een eigen zoutopslag beschikt, moeten de voertuigen eerst naar het provinciale steunpunt aan het Keern in Zwaag rijden.
Dat steunpunt ligt bij de aansluiting van de Westfrisiaweg en wordt ook gebruikt door extern ingehuurde voertuigen.
De gemeente beschikt verder over twee eigen pekelmenginstallaties, in Medemblik en Wervershoof. Daarmee kan zij de benodigde pekel zelf produceren.
Voor het steunpunt in Zwaag wordt tijdens het winterseizoen een pekelopslagtank gehuurd.
Preventief strooien krijgt de voorkeur
De gemeente wil gladheid zoveel mogelijk voorkomen door al te strooien voordat wegen daadwerkelijk bevriezen.
De gladheidscoördinator bepaalt wanneer een strooiactie nodig is. Daarbij wordt gekeken naar weersverwachtingen, de temperatuur van het wegdek, gegevens uit het gladheidmeldsysteem en lokale waarnemingen.
Bij twijfel wordt volgens het plan preventief gestrooid, omdat verkeersveiligheid vooropstaat.
Medemblik maakt gebruik van de zogenoemde natzouttechniek. Daarbij wordt strooizout tijdens het strooien bevochtigd met een pekeloplossing.
Hierdoor blijft het zout beter op het wegdek liggen en gaat minder zout verloren door verwaaiing. Ook is volgens de gemeente minder zout nodig om hetzelfde effect te bereiken.
Dat moet niet alleen bijdragen aan de verkeersveiligheid, maar ook de belasting van bodem en oppervlaktewater beperken.
Wanneer gladheid al is ontstaan, kunnen aanvullende strooiacties worden uitgevoerd. Bij sneeuwval worden indien nodig sneeuwploegen ingezet.
Niet alle woonstraten en trottoirs worden gestrooid
Ondanks de uitbreiding van de gemeentelijke verantwoordelijkheid blijven bepaalde wegen en paden buiten het reguliere strooinetwerk.
Vooral trottoirs, kleinere woonstraten, voetpaden en andere minder drukke verhardingen worden niet standaard behandeld.
Volgens het college is het niet haalbaar om alle openbare wegen en verhardingen preventief te strooien. Daarvoor zouden meer personeel, voertuigen en strooimiddelen nodig zijn, terwijl de kosten en milieubelasting toenemen.
Ook blijven inwoners zelf verantwoordelijk voor het sneeuw- en ijsvrij houden van particuliere terreinen, zoals opritten en eigen toegangswegen.
De gemeente benadrukt dat weggebruikers hun rijgedrag moeten aanpassen aan winterse omstandigheden, ook op wegen die wel worden gestrooid.
Gladheid melden via FIXI
Inwoners die gevaarlijke gladheid constateren, kunnen daarvan melding maken via het digitale meldingssysteem FIXI of telefonisch via het Klantcontactcentrum van de gemeente Medemblik.
Een melding betekent echter niet automatisch dat er direct een strooiwagen wordt gestuurd.
De gladheidscoördinator beoordeelt meldingen in samenhang met weersomstandigheden, meetgegevens, andere meldingen en de beschikbare capaciteit.
Wanneer dat noodzakelijk is, kan een inspectie plaatsvinden of kan een bestaande strooiactie worden aangepast.
Alle meldingen worden geregistreerd. Deze gegevens worden later gebruikt om knelpunten te beoordelen en de strooiroutes waar nodig te verbeteren.
Strooivoertuigen worden via GPS gevolgd
De gemeente gaat iedere strooiactie administratief vastleggen.
Daarbij worden onder meer het tijdstip van vertrek, de gereden routes, de ingezette voertuigen en de hoeveelheden gebruikt zout en pekel geregistreerd.
Ook worden GPS-gegevens van de strooivoertuigen opgeslagen.
Met deze informatie kan achteraf worden nagegaan welke wegen zijn behandeld en op welk moment dat is gebeurd.
De registratie is volgens de gemeente belangrijk voor de jaarlijkse evaluatie en voor de behandeling van mogelijke schadeclaims na ongevallen door gladheid.
De gemeente heeft een wettelijke inspanningsverplichting om gladheid te bestrijden, maar kan niet garanderen dat alle wegen voortdurend sneeuw- en ijsvrij zijn.
Strooiroutes komen op gemeentelijke website
Medemblik gaat de strooiroutes en het gemeentelijke strooiareaal openbaar beschikbaar stellen.
Inwoners kunnen daardoor nagaan welke wegen en fietspaden onderdeel zijn van het reguliere strooinetwerk.
Naast de gemeentelijke website worden kaartmateriaal, nieuwsberichten en antwoorden op veelgestelde vragen gebruikt om inwoners en dorpsraden te informeren.
De kaarten bij het uitvoeringsplan laten zien welke trajecten met grote vrachtwagens worden gestrooid en waar kleinere strooivoertuigen of smalspoormaterieel worden ingezet.
Daarbij geldt dat sommige wegen binnen de gemeentegrenzen onder verantwoordelijkheid van andere wegbeheerders vallen. Zo verzorgt Rijkswaterstaat de gladheidsbestrijding op de A7 en is de provincie verantwoordelijk voor provinciale wegen.
Jaarlijkse evaluatie van het strooibeleid
Het nieuwe gladheidsbestrijdingsplan geldt voor de winterseizoenen 2026-2027 en 2027-2028.
Na ieder strooiseizoen wordt de uitvoering geëvalueerd. Daarbij kijkt de gemeente naar het aantal strooiacties, de inzet van personeel en voertuigen, het zoutverbruik en meldingen van inwoners.
Ook wordt beoordeeld of veranderingen in verkeersstromen, woningbouw of maatschappelijke voorzieningen aanleiding geven om strooiroutes aan te passen.
Na afloop van de beleidsperiode wordt het plan opnieuw geactualiseerd.
Het college wil met de nieuwe aanpak bereiken dat de belangrijkste wegen en voorzieningen tijdens winterse omstandigheden bereikbaar blijven, zonder dat de kosten en milieubelasting onnodig toenemen. Deel dit artikel:












