MEDEMBLIK – D66 wil van het college van burgemeester en wethouders van Medemblik weten hoe de regels voor sierteelt worden toegepast en in hoeverre die verschillen van de regels in buurgemeente Opmeer. De partij vraagt daarbij specifiek aandacht voor pioenrozen en lelies en voor mogelijke verschillen in de beoordeling van deze teelten.
De schriftelijke vragen zijn op 2 oktober ingediend door D66-raadslid Paul Laseur. Het college heeft volgens het document dertig dagen om de vragen te beantwoorden.
Verschillen tussen Medemblik en Opmeer
Aanleiding voor de nieuwe vragen is een eerdere beantwoording over sierteelt in Medemblik en de recente handhavingskwestie rond pioenrozenteelt in Opmeer. D66 wil weten hoe de planologische regels voor onder meer akkerbouw, tuinbouw, sierteelt, bollenteelt en meerjarige teeltvormen zich in beide gemeenten tot elkaar verhouden.
In Medemblik is eerder aangegeven dat sierteelt op gronden met de functie Agrarisch in beginsel strijdig is met de regels, tenzij de aanduiding voor een specifieke vorm van agrarisch gebruik met ‘opgaande meerjarige teeltvormen’ van toepassing is. Volgens de eerdere beantwoording wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten sierteelt.
D66 vraagt nu of die mogelijkheid ertoe leidt dat Medemblik meer ruimte biedt voor meerjarige sierteelt dan Opmeer.
Handhaving pioenrozen in Opmeer
De vergelijking met Opmeer is actueel door een handhavingsprocedure rond de teelt van pioenrozen. De gemeente Opmeer meldde begin september dat juridisch onderzoek naar aanleiding van een handhavingsverzoek had uitgewezen dat op een aantal percelen pioenrozenteelt plaatsvond die strijdig was met het geldende omgevingsplan. Volgens de gemeente valt pioenrozenteelt daar onder tuinbouw, terwijl op de betrokken agrarische bestemmingen uitsluitend de toegestane vormen van grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, waaronder akkerbouw, zijn toegestaan.
Het handhavingsverzoek was afkomstig van Groene Arabesk, dat volgens de gemeente Opmeer als gemachtigde optrad voor onder meer Mobilisation for the Environment. De gemeente onderzoekt inmiddels of betrokken telers via tijdelijke omgevingsvergunningen ruimte kunnen krijgen. Ook werkt Opmeer aan nieuw beleid voor tuinbouw en een wijziging van het omgevingsplan.
D66 vraagt naar duidelijkheid voor telers
D66 wil van het Medemblikse college weten of verschillen tussen gemeentelijke regels bewust zijn aangebracht. Ook vraagt de partij of verschillen in regelgeving en interpretatie ertoe kunnen leiden dat voor telers en omwonenden onduidelijk wordt welke teelten op een bepaalde locatie wel of niet zijn toegestaan.
Daarnaast vraagt de fractie of het college meer samenhang in de regels wenselijk vindt en of hierover regionaal overleg met andere gemeenten nodig is. De vragen zijn op het moment van indiening nog niet door het college beantwoord.
Pioenrozen en lelies apart bekeken
Een ander onderdeel van de vragen gaat over het mogelijke verschil tussen pioenrozenteelt en lelieteelt. D66 vraagt of de planologische beoordeling binnen Medemblik kan verschillen doordat een pioenroos een meerjarig kruidachtig gewas is en een lelie als bolgewas wordt geteeld.
Ook wil de partij weten of er relevante verschillen bestaan in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij beide teelten en welke mogelijke gevolgen die verschillen voor de omgeving hebben. Daarbij vraagt D66 het college ook naar relevante rechterlijke uitspraken en of dergelijke aspecten worden meegenomen in ruimtelijke beoordelingen en gemeentelijk beleid.
De fractie vraagt ten slotte of de huidige regels of het beleid op dit punt verduidelijking of aanpassing nodig hebben. Deel dit artikel:













Lelie en pioentelers zijn de grootste gofspuiters