Vomar-supermarkt in Opperdoes waarvoor een omgevingsvergunning voor uitbreiding is verleend
OPPERDOES – De Ondernemers Federatie Medemblik heeft formeel bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de Vomar-supermarkt in Opperdoes. De ondernemersorganisatie vreest dat een grotere supermarkt de economische positie van winkels en supermarkten in andere kernen van de gemeente Medemblik aantast.
Het gaat vooralsnog om een pro forma bezwaarschrift. Daarmee heeft het OFM tijdig bezwaar gemaakt, maar wordt de volledige inhoudelijke onderbouwing later ingediend. De organisatie vraagt het gemeentebestuur om minimaal twee maanden extra tijd voor het indienen van die motivering.
Belanghebbenden moeten worden gehoord
Het bezwaar is ingediend namens het bestuur en de gezamenlijke belanghebbenden binnen de Ondernemers Federatie Medemblik. Volgens het bestuur is meer tijd nodig om de gevolgen van de uitbreiding zorgvuldig te bespreken.
Het OFM wil de kwestie tijdens een komende vergadering behandelen. Daarbij moeten alle betrokken belanghebbenden de gelegenheid krijgen hun standpunt naar voren te brengen. Pas na deze consultatie kan volgens de federatie een volledig en representatief standpunt worden opgesteld.
De ondernemersorganisatie vraagt het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad daarom dringend om de termijn voor het motiveren van het bezwaar met minimaal twee maanden te verlengen. Het bestuur wil een bevestiging ontvangen dat dit uitstel wordt verleend.
Detailhandelsvisie volgens OFM genegeerd
Een belangrijk onderdeel van het bezwaar betreft de Detailhandelsvisie van de gemeente Medemblik. Volgens het OFM is deze recent vastgestelde visie bij het verlenen van de omgevingsvergunning volledig genegeerd.
In een gemeentelijke detailhandelsvisie wordt doorgaans vastgelegd hoe winkelvoorzieningen over verschillende kernen worden verdeeld en welke ontwikkelingen wenselijk zijn. Het OFM stelt in het bezwaarschrift echter nog niet uitgebreid uiteen welke passages uit de visie volgens de organisatie door de uitbreiding worden geschonden.
Die inhoudelijke uitwerking moet volgen nadat de aangesloten ondernemers en andere belanghebbenden zijn gehoord. De brief bevat evenmin nadere gegevens over de omvang van de uitbreiding of de extra winkelvloeroppervlakte die met de vergunning mogelijk wordt gemaakt.
Vrees voor gevolgen in omliggende dorpen
Het OFM vreest dat de uitbreiding van de Vomar niet alleen gevolgen heeft voor Opperdoes, maar ook voor supermarkten in omliggende kernen. Een grotere supermarkt kan volgens de federatie meer consumenten uit andere dorpen aantrekken.
Daardoor kunnen bestaande supermarkten en andere winkels klanten en omzet verliezen. De ondernemersorganisatie waarschuwt dat de uitbreiding de economische structuur binnen de gemeente kan ontwrichten.
Het bestuur gebruikt daarbij stevige bewoordingen. De uitbreiding kan volgens het bezwaarschrift een “doodsteek” betekenen voor supermarkten in nabijgelegen kernen. Juist deze voorzieningen probeert het OFM naar eigen zeggen te beschermen en te versterken.
Voor kleinere dorpen kan het verdwijnen van een supermarkt bredere gevolgen hebben. Een supermarkt fungeert vaak als trekker voor omliggende winkels en andere voorzieningen. Wanneer inwoners hun boodschappen vaker elders doen, kunnen ook andere plaatselijke ondernemers minder bezoekers ontvangen.
Het OFM werkt deze mogelijke gevolgen in het pro forma bezwaar nog niet verder uit. Ook wordt niet aangegeven welke specifieke supermarkten of kernen volgens de federatie het grootste risico lopen.
Vergunning voorlopig inzet juridische procedure
Met het bezwaar begint een bestuursrechtelijke procedure rond de verleende omgevingsvergunning. Het gemeentebestuur moet het bezwaar beoordelen nadat het OFM de argumenten volledig heeft ingediend.
Een pro forma bezwaar wordt meestal gebruikt wanneer een bezwaartermijn dreigt te verlopen, terwijl nog niet alle argumenten of stukken beschikbaar zijn. De indiener krijgt vervolgens doorgaans een aanvullende termijn om de gronden van het bezwaar aan te leveren.
Het OFM vraagt expliciet om minimaal twee maanden. Of de gemeente die volledige periode beschikbaar stelt, blijkt niet uit de ingediende brief. Ook bevat het document nog geen inhoudelijke reactie van het college op de zorgen van de ondernemers.
Belangen van Opperdoes en andere kernen
De kwestie draait uiteindelijk om de afweging tussen de uitbreiding van een bestaande supermarkt in Opperdoes en de bescherming van winkelvoorzieningen in andere delen van de gemeente.
Een uitbreiding kan de positie en aantrekkingskracht van de Vomar in Opperdoes versterken. Het OFM vreest tegelijkertijd dat die groei ten koste gaat van kleinere supermarkten in de omgeving. De ondernemersorganisatie wil dat de gemeente bij de beoordeling niet alleen naar de afzonderlijke vestiging kijkt, maar ook naar de gevolgen voor de totale detailhandelsstructuur.
De volledige argumentatie wordt naar verwachting pas duidelijk nadat het OFM zijn achterban heeft geraadpleegd en de aanvullende motivering heeft ingediend. Tot die tijd blijft het bezwaar vooral gebaseerd op de gestelde strijdigheid met de Detailhandelsvisie en de gevreesde economische gevolgen voor omliggende kernen.
Deel dit artikel:











