MEDEMBLIK – In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat de wintertijd weer in. Om 03.00 uur wordt de klok een uur teruggezet naar 02.00 uur. Dat betekent voor veel Nederlanders een uur extra slaap, maar lang niet iedereen is blij met de jaarlijkse omschakeling. Steeds meer mensen willen definitief af van het verzetten van de klok. Ook binnen de Europese politiek bestaat al jaren de wens om ermee te stoppen. Toch lukt het de Europese landen maar niet om daarover overeenstemming te bereiken.
Met het ingaan van de wintertijd wordt het ’s ochtends een uur eerder licht, maar valt de duisternis ’s avonds ook een uur eerder. Vooral voor mensen die na hun werk nog graag buiten zijn, betekent dat een merkbare verandering. Voor anderen levert de tijdwisseling zelfs lichamelijke klachten op.
Waarom hebben we eigenlijk zomer- en wintertijd?
Het idee achter de zomertijd is al eeuwen oud. In 1784 opperde de Amerikaanse staatsman Benjamin Franklin dat mensen energie konden besparen door vroeger op te staan en meer gebruik te maken van het daglicht. Zijn voorstel was overigens vooral humoristisch bedoeld.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het verzetten van de klok voor het eerst daadwerkelijk op grote schaal toegepast. Duitsland voerde in 1916 de zomertijd in om brandstof en elektriciteit te besparen. Nederland volgde datzelfde jaar.
Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de tijd aangepast. Na de oorlog verdween de zomertijd in Nederland uiteindelijk in 1946.
Pas in 1977 werd de zomertijd opnieuw ingevoerd. De oliecrisis had het belang van energiebesparing vergroot en verschillende Europese landen hadden de zomertijd alweer ingevoerd. Nederland besloot vooral aan te sluiten bij de buurlanden.
Sindsdien wordt de klok twee keer per jaar verzet. De wintertijd is overigens de officiële standaardtijd. De zomertijd is de tijdelijke aanpassing daarvan.
Een uur verschil heeft grotere gevolgen dan gedacht
Hoewel een uur verschil onschuldig lijkt, kan de omschakeling het biologische ritme behoorlijk verstoren. Sommige mensen hebben dagen nodig om eraan te wennen. Anderen merken zelfs gedurende langere tijd dat hun slaapritme uit balans is.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzocht de gevolgen van zomer- en wintertijd voor de gezondheid. Daaruit blijkt dat mensen direct na een tijdwisseling gemiddeld slechter slapen.
Vooral de overgang naar de zomertijd in maart is belastend. Mensen slapen dan korter en onderzoek laat zien dat direct na deze omschakeling meer hartinfarcten voorkomen.
Ook de overgang naar de wintertijd kan klachten veroorzaken. Mensen kunnen moeite krijgen met inslapen, eerder wakker worden of zich overdag vermoeider voelen.
Kinderen die gewend zijn aan vaste bedtijden kunnen eveneens last hebben van de plotselinge verandering. Hetzelfde geldt voor ouderen en mensen die gevoelig zijn voor verstoringen van hun slaap-waakritme.
Een extra uur op de klok betekent dus lang niet automatisch een extra uur goede nachtrust.
Wintertijd brengt risico’s op de weg met zich mee
De omschakeling heeft niet alleen gevolgen voor de nachtrust. Ook in het verkeer ontstaan nieuwe risico’s.
Volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) gaat de overgang naar de wintertijd gepaard met een hoger ongevalsrisico. De belangrijkste oorzaak is niet zozeer vermoeidheid, maar het feit dat een groter deel van de avondspits plotseling in het donker plaatsvindt.
Vooral fietsers en voetgangers zijn hierdoor kwetsbaar. Automobilisten moeten opnieuw wennen aan rijden tijdens de schemering en in het donker.
Ook Rijkswaterstaat waarschuwt jaarlijks voor drukkere avondspitsen na de overgang naar de wintertijd. Door verminderd zicht, regen en laagstaande zon kunnen files en gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan.
Voor mensen die ’s nachts werken, zoals politieagenten, zorgmedewerkers en medewerkers in de beveiliging, betekent de overgang bovendien dat een nachtdienst een uur langer kan duren.
Europeanen willen af van het klokverzetten
De discussie over het afschaffen van de zomer- en wintertijd speelt al jaren.
In 2018 hield de Europese Commissie een grote openbare raadpleging. Daarop kwamen ongeveer 4,6 miljoen reacties binnen. Maar liefst 84 procent van de deelnemers gaf aan te willen stoppen met het halfjaarlijks verzetten van de klok.
Een jaar later, in maart 2019, stemde het Europees Parlement in met een voorstel om de tijdwisseling af te schaffen. De bedoeling was dat de Europese landen vanaf 2021 zelf zouden kiezen voor een permanente zomer- of wintertijd.
Daarvan kwam echter niets terecht.
De lidstaten konden het niet eens worden over de uitvoering. Sommige landen willen permanent zomertijd, andere geven de voorkeur aan wintertijd. Daarnaast bestaat de vrees dat verschillende tijdzones binnen Europa problemen opleveren voor internationale handel, vervoer en grensoverschrijdend verkeer.
De Europese Commissie legde in maart 2026 opnieuw uit dat de verantwoordelijkheid inmiddels bij de lidstaten ligt. Zij moeten gezamenlijk overeenstemming bereiken voordat de regeling kan worden veranderd.
Een nieuw Europees onderzoek moet daarbij helpen. De resultaten worden naar verwachting eind 2026 bekend.
Volgens RIVM is permanente wintertijd gezonder
Een belangrijke vraag blijft welke tijd Nederland zou moeten kiezen wanneer het klokverzetten daadwerkelijk wordt afgeschaft.
Het RIVM heeft daar een duidelijke voorkeur in. Volgens het instituut is permanente wintertijd gunstiger voor de volksgezondheid dan permanente zomertijd.
De reden is dat de wintertijd beter aansluit bij het natuurlijke dag- en nachtritme. Vooral ochtendlicht is belangrijk voor de biologische klok.
Bij permanente zomertijd zou de zon in de winter pas laat opkomen. Dat betekent dat veel mensen, onder wie scholieren en werknemers, nog in het donker aan hun dag beginnen.
Daar staat tegenover dat permanente zomertijd ervoor zorgt dat het ’s avonds langer licht blijft. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid kan dat juist voordelen hebben.
Daarmee staan verschillende belangen tegenover elkaar: gezondheid, verkeersveiligheid, energiegebruik en de wens om in de avond langer van het daglicht te profiteren.
Levert zomertijd eigenlijk nog wel energiebesparing op?
De oorspronkelijke gedachte achter de zomertijd was dat mensen minder kunstlicht zouden gebruiken wanneer het ’s avonds langer licht bleef.
Maar de samenleving is sinds 1977 ingrijpend veranderd. Door moderne verlichting, zuinigere apparaten en een economie die vrijwel dag en nacht actief is, is het energiebesparende effect tegenwoordig veel minder duidelijk.
Onderzoeken laten zien dat de besparing beperkt is en afhankelijk van onder meer klimaat, verwarming en airconditioning.
Het argument waarmee de zomertijd ooit werd ingevoerd, heeft daardoor aanzienlijk aan overtuigingskracht verloren.
Voorlopig blijven we de klok verzetten
Ondanks de gezondheidsklachten, de verkeersrisico’s en de jarenlange politieke discussie verandert er voorlopig niets.
De Europese Unie heeft nog altijd geen definitief besluit genomen over afschaffing van de halfjaarlijkse tijdwisseling.
Dat betekent dat Nederland in de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober opnieuw overschakelt naar de wintertijd.
Wie een traditionele klok, wekker of horloge heeft, moet die zelf aanpassen. Smartphones, computers en veel andere elektronische apparaten doen dat automatisch.
Op zondag 28 maart 2027 gaat de klok volgens de huidige regeling opnieuw een uur vooruit.
De vraag blijft hoeveel jaren Nederlanders nog moeten blijven wennen aan een systeem waarvan de noodzaak steeds vaker ter discussie wordt gesteld.












